Driejarige Opleiding Manuele Therapie

 

 

Als manueel therapeut ben je de bewegingsconsulent bij uitstek voor gezondheidsproblemen in relatie tot functiestoornissen van de wervelkolom en de extremiteiten en de beperkingen in het dagelijkse leven die hiervan het gevolg kunnen zijn. Als manueel therapeut vertaal je klachten van cliënten in stoornissen in de arthrogene, musculaire en neurogene functies van het bewegingsapparaat en gerelateerde beperkingen in activiteiten. Je analyseert en interpreteert deze bevindingen in samenhang met persoonlijke en externe factoren. Je stelt aan de hand van een gezondheidsprofiel behandel- en evaluatieplannen op. Bij dit alles bezit je specifieke manuele vaardigheden om stoornissen in de functies van gewrichten te diagnosticeren en te behandelen.

Wat onderscheidt de Master Manueel therapeut van de fysiotherapeut?

Kennis en vaardigheden in het musculoskeletale domein
Manuele therapie is een specialisatie binnen de fysiotherapie. De manueel therapeut is werkzaam in het musculoskeletale domein en onderscheidt zich als Master in de Manuele Therapie doordat hij/zij:

  • uitgebreide en specifieke kennis heeft van de werking en de ziekteleer van gewrichten van de wervelkolom en de extremiteiten;
  • complexe manuele vaardigheden kan toepassen voor het diagnosticeren en behandelen van functiestoornissen van gewrichten van de wervelkolom en de extremiteiten, zoals segmentaal bewegingsfunctieonderzoek van de wervelkolom, specifieke gewrichtsmobilisaties en ‘high velocity thrust’ technieken (manipulaties);
  • een hoog-ontwikkeld niveau van klinisch redeneren bezit voor het analyseren van gezondheidsproblemen vanuit een bio-psychosociaal perspectief en het beargumenteerd stellen van behandelindicaties o.b.v. het best beschikbare wetenschappelijke bewijs.

Brede kijk op functioneren van cliënten
De manueel therapeut heeft een brede kijk op het functioneren van cliënten. Naast anatomische eigenschappen en functies houdt hij/zij ook rekening met andere factoren die de activiteiten en participatie van cliënten beperken. De manueel therapeut gebruikt daarvoor de International Classification of Functioning Disability and Health (ICF) van de World Health Organization. Dit model beschrijft het functioneren van cliënten én de beïnvloedende factoren. De manueel therapeut vertaalt de hulpvraag van de cliënt in terminologie van de ICF.

Leidende rol in een multidisciplinaire setting
De hulpvraag van de cliënt kan een indicatie zijn voor een multidisciplinaire benadering. De manueel therapeut werkt bij cliënten met klachten aan de wervelkolom of extremiteiten samen met huisartsen, neurologen, bedrijfsartsen, reumatologen, orthopeden, praktijkondersteuners, tandartsen, sportartsen, verzekeringsartsen, en andere fysiotherapeuten. De multidisciplinaire samenwerking vraagt om heldere communicatie tussen verschillende hulpverleners. Bij cliënten met bewegingsklachten kan de manueel therapeut een leidende rol spelen.  

Inhoud van het curriculum

De inhoud van het masterprogramma is gebaseerd op het Beroepscompetentieprofiel van de NVMT (2009). Als Master Manuele Therapie beheers je alle noodzakelijke competenties om de beroepsrollen van de manueel therapeut in de praktijk te vervullen.

Concentrisch leren
De Master Manuele Therapie is cyclisch opgebouwd: de complexiteit neemt steeds meer toe. Van eenvoudige casuïstiek in het eerste jaar naar complexe casuïstiek in het laatste jaar. Hiernaast is het masterprogramma opgebouwd rondom de kerntaken screening, diagnostiek en therapie. Binnen deze kerntaken zijn de modules verder georganiseerd naar lichaamsregio. Elke module wordt met een eindtoets afgesloten.
Aan het eind van het derde studiejaar is er ruimte voor het volgen van diverse keuzemodules en het lopen van een wetenschappelijke stage.

Vaardigheidsonderwijs
Veel aandacht gaat uit naar het trainen van de specifieke manueel therapeutische vaardigheden. Minimaal 50% van de onderwijstijd wordt besteed in de vaardigheidslokalen, waar er aan de hand van herkenbare casuïstiek en onder leiding van ervaren docenten geoefend wordt. De vele uren oefentijd en de snelle, gerichte feedback over het eigen handelen, zorgen voor een grote leercurve. Buiten onderwijscontacttijd worden de geleerde vaardigheden verder getraind binnen zogenaamde oefengroepjes.

Klinisch redeneren
Veel aandacht gaat ook naar het klinisch redeneren. Tijdens de opleiding leer je de problematiek van de cliënt in kaart te brengen, rekening houdend met de lichamelijke dysfuncties en persoonsgebonden en externe factoren. Je leert hoe je resultaten uit wetenschappelijk onderzoek kan gebruiken tijdens het klinisch redeneren en hoe je deze kan vertalen naar je eigen cliënten. `Evidence-based practice` loopt dan ook, naast de manuele vaardigheden en het klinisch redeneren, als een rode draad door het onderwijsprogramma. 

Klinische praktijk als middelpunt van het onderwijs
In het onderwijs is casuïstiek sturend, wat wil zeggen dat elke opdracht vertrekt vanuit een herkenbare casus uit de dagelijkse praktijk. De leerstof wordt zo onmiddellijk gekoppeld aan de praktijk. Relevante casuïstiek kan door de docenten worden ingebracht maar veelal zul je zelf een casus uit je eigen praktijk meebrengen.
De casuïstiek begint relatief eenvoudig en wordt complexer naarmate de studie vordert. In eerste instantie gaat de aandacht naar gezondheidsproblemen binnen gewrichten. Complexe functiestoornissen worden uitgediept. Gaandeweg komen er steeds meer beïnvloedende factoren bij en wordt de casuïstiek complexer. Steeds ligt de focus op de toenemende integratie van nieuwe kennis en vaardigheden in het manueel therapeutisch handelen. Ter afsluiting van elke onderwijsdag krijg je de opdracht het geleerde in de praktijk uit te voeren. Het verslag van deze zogenaamde implementatieopdrachten neem je op in je digitale portfolio.

De casussen zijn inhoudelijk voornamelijk gericht op de specialistenrol van de manueel therapeut, maar ook onderwerpen als communicatie en bedrijfsvoering worden op dezelfde praktijkgerichte manier behandeld.

`State of the art` in je eigen praktijk
Bij SOMT word je opgeleid tot Master in de Manuele Therapie. Vanzelfsprekend ken je na je opleiding de meest recente inzichten en vaardigheden in het vakgebied. Als Master Manuele Therapie in opleiding leer je de opgedane kennis te implementeren in de eigen praktijk. Dat doe je via implementatieopdrachten. Stap voor stap leer je hoe je wetenschap kan vertalen naar de dagelijkse praktijk. Deze opdrachten zorgen ervoor dat je al tijdens je studie nieuwe inzichten in je therapeutisch handelen kan integreren. Ook na je studie blijft dit een belangrijke en nuttige vaardigheid.

De opleiding bekwaamt je niet tot wetenschapper. Je leert hoe je wetenschappelijke literatuur kan interpreteren en gebruiken voor je eigen patiënten, maar je leert niet hoe je zelf een onderzoek opzet. Voor wie daar wel in geïnteresseerd is, is er de keuzemodule ‘de wetenschappelijke stage.

Lesdagen eerste jaar

De lessen van de masteropleiding Manuele Therapie worden gegeven op vrijdag en zaterdag.

2017  
September 15, 16
Oktober 6, 7
November 10, 11
December 1, 2
2018  
Januari 12, 13
Februari 2, 3
Maart 9, 10, 30
April 20, 21
Mei 18
Juni 2, 8, 29, 30

 

Minikliniek en stage

Als Master Manuele Therapie in opleiding doorloop je twee verschillende soorten stages: minikliniek en reguliere stage.

Minikliniek
De minikliniekstage start al in het eerste jaar. Deze volg je samen met acht medestudenten. Per sessie komen er twee patiënten. Het diagnostisch proces wordt door de studenten uitgevoerd onder begeleiding van de stagebegeleider. Iedere student krijgt een rol:

  • eén student doet de anamnese;
  • een of twee anderen het lichamelijk onderzoek;
  • één student geeft nadere uitleg aan de patiënt;
  • alle studenten stellen samen de manueel therapeutische diagnose vast en stellen vervolgens een behandelplan op;
  • mogelijk wordt een deel van de behandeling door een student uitgevoerd.

Reguliere stage
Tijdens de reguliere stage ben je individueel te gast bij een stagebegeleider, die je de hele dag zal begeleiden. De begeleider zoekt patiënten uit die in principe in aanmerking komen voor manuele therapie. Het accent ligt op de manuele vaardigheden naar aanleiding van het klinisch redeneren en de klinische besliskunde bij de individuele patiënt. Deze stage begint in het tweede studiejaar. 

Toetsing en zelfreflectie

Zelfreflectie
Je moet als Master in opleiding een hoge mate van zelfreflectie hebben. Je weet van jezelf of je een toets goed gedaan hebt, immers dat moet je in de praktijk ook van jezelf weten. Om deze zelfreflectie te versterken werk je in kleine groepjes samen om assessmenttechnieken op elkaar toe te passen. Jij en je medestudenten spreken elkaar voortdurend aan op competenties, kennis, vaardigheden en attitude. Daarmee stijgt vanzelf het niveau. Geen veilige modus, je moet wel tegen kritiek kunnen.

Toetsing
De competenties die de studenten ontwikkelen tijdens de opleiding zijn gericht op de beroepspraktijk. De toetsing is dan ook altijd praktijkgerelateerd. Je wordt getoetst op kennis en vaardigheden en je competenties om deze te integreren in de praktijk. Bovendien moet je in staat zijn je handelen te verklaren en te verantwoorden.

Toetsprogramma
Moduletoetsen
Elke module wordt afgesloten met een moduletoets. Een moduletoets is een competentietoets waarvan het behalen een voorwaarde is om door te gaan naar een volgend studiejaar.
Masterproef
Gedurende het derde, en laatste, studiejaar start je met de masterproef. De Masterproef bestaat uit vijf onderdelen:

  • onderzoeksproject;
  • implementatieproject (artikel en presentatie);
  • Critically Appraised Topic (CAT en presentatie);
  • twee manuele vaardigheidstoetsen;
  • examen ‘onderzoeken & behandelen’.

Accreditatie

CKR / BOCK
De Masteropleiding Manuele Therapie van SOMT is geldig voor registratie in het CKR.

Het BOCK heeft besloten om volledige vrijstelling te verlenen voor het behalen van punten aan manueel therapeuten die de verkorte opleiding Master Manuele Therapie volgen. De vrijstelling geldt voor het register manuele therapie en geldt voor de registratieperiodes waarin de studie plaatsvindt met een maximum van twee registratieperiodes.

NVAO
De Masteropleiding Manuele Therapie van SOMT is geaccrediteerd door de NVAO.

Docenten

De kwaliteit van de docenten is een bepalende factor voor het niveau van het onderwijs. SOMT investeert daarom in hooggekwalificeerde begeleiding.

Skillsdocenten verzorgen het vaardigheidsonderwijs en zijn geselecteerd op hun uitzonderlijk vaardigheidsniveau. Elke skillsdocent is Master Manuele Therapie en heeft een gedegen klinische ervaring.

Tutoren verzorgen het meer theoretisch gestuurde onderwijs en hebben een universitaire graad. Zij zijn eveneens werkzaam in de praktijk. De link met de dagelijkse praktijk is een rode draad in het curriculum, de praktijkervaring van de tutoren biedt daarom een belangrijke meerwaarde. 

Studiebelasting

De studiebelasting ligt op 12-15 uur per week, exclusief onderwijs en stage. De opleiding omvat in totaal 90 studiepunten (ECTS).

Praktische informatie

Toelatingsvoorwaarden
Je wordt toegelaten tot de Masteropleiding Manuele Therapie met een door de Nederlandse overheid erkend bachelordiploma fysiotherapie of een door de Nederlandse overheid erkend diploma geneeskunde.
Het is wenselijk om werkzaam te zijn in de praktijk, omdat de casuïstiek die in de onderwijsbijeenkomsten wordt gebruikt een continue interactie heeft met de beroepspraktijk.

Onderwijsdata
De Masteropleiding Manuele Therapie is een deeltijds driejarig programma. Elk studiejaar telt 20 contactdagen, altijd op vrijdag en zaterdag, van 9.00 uur – 17.00 uur. Dat wil zeggen dat je ongeveer één keer per maand twee dagen aanwezig moet zijn.

Voorwaarden
• Voorwaarden studieovereenkomst 

Driejarige Master Manuele Therapie
 
Duur: 3 jaar
 
Start: september 
 
Locatie: Amersfoort
 
Deze opleiding is NVAO geaccrediteerd